Van Auckland naar Russell
En toen maakte ik mijn eerste grote fout (op deze reis). Ik had me voorgenomen om in elk geval ook het gebied ten noorden van Auckland te gaan bekijken. Ik wilde naar de Bay of Islands, dus er waren twee plaatsen die in aanmerking kwamen als volgende bestemming: Paihia en Russell. Als je op de kaart kijkt, kun je zien dat die plaatsen vlak bij elkaar liggen. Er zit alleen een paar kilometer water tussen. Het leek dus niet zoveel uit te maken of we nu naar Russell of naar Paihia zouden gaan. Het was allebei ongeveer 250 kilometer, dat moet in een dag toch gemakkelijk te doen zijn? Ik koos voor Russell, omdat dat er iets spannender uit zag: Het ligt op een schiereiland. In Nederland zou het niet zo veel verschil gemaakt hebben naar welke plaats je gaat, maar in Nieuw Zeeland bleek het verschil enorm! In een goede reigids had ik het juiste antwoord kunnen vinden, maar die had ik nog niet…
In het begin ging het heel goed. Nadat we hadden ingepakt en uitgecheckt, namen we de snelweg SH1 in noordelijke richting. Maar snelwegen zijn zeldzaam in Nieuw Zeeland. Al snel ging de snelweg over in een tweebaansweg. In Nederland zouden we het een provinciale weg noemen, met een maximumsnelheid van 80 km per uur. In Nieuw Zeeland mag je er 100 rijden, dus dat schoot nog lekker op.
Onderweg zaten we een wegwijzer naar een historisch stadje, dus die weg draaiden we maar eens in en we kwamen terecht in Puhoi. Historisch? Ja, de geschiedenis van het dorp gaat terug tot 1863. Op 29 juni 1863 vestigde een aantal Tsjechen zich hier in het niemandsland en bouwde er een bestaan op. Je vraagt je af, waarom ze juist hier naartoe gingen, een echte wereldstad is Puhoi nooit geworden. Toch is er een bibliotheek, (natuurlijk) een kerk en een mosterdfabriek. Ik heb er wat leuke foto’s gemaakt:

De “General store” en de bibliotheek.


In de kroeg en in de antiekwinkel zagen we allelei opmerkelijke zaken. En buiten de antiekwinkel stond een antieke bus, die blijkbaar tot camper was omgebouwd, met een geinige bumpersticker op het raam…

Tot zo ver Puhoi, we moesten weer verder!
Maar hoe noordelijker we kwamen, hoe lastiger het werd. Vooral toen we van de State Highway moesten afbuigen naar de “Russell Road”. Je denkt dan, dat je er bijna bent, maar die Russell Road is erg lang en bochtig. De snelheid was er helemaal uit en we reden door haarspeldbochten langs de kust. Het was een hele mooie rit, met adembenemende uitzichten. We kwamen langs allemaal verschillende kleine baaien met en zonder zandstandjes. Maar de tijd begon wel erg op te schieten!
Het werd al een beetje donker toen we in Russell aankwamen. En dat was toch wel even schrikken: Er was geen boulevard met tientallen grote hotels, eigenlijk zag ik maar één hotel, en dat zat vol… Een Bed&Breakfast; dan misschien? Nergens te vinden… Het VVV-kantoor? Allang gesloten… Julia informeerde bij een souvenirwinkel naar de mogelijkheden. Ja, die wisten nog wel een adresje waar kamers verhuurd werden. Dus wij er op af. Er was niemand te bekennen, maar er hing wel een telefoon, waarmee je de eigenaars kon bereiken. Nee, ook zij zaten vol, ze wisten nog wel een ander adres, de Hananui Lodge zouden we kunnen proberen, in de York Street.
Daar werden we vriendelijk ontvangen. Maar een kamer? Nee, ze hadden alleen nog een luxe studio, voor NZ$ 220 per nacht. 220? Dat klinkt behoorlijk duur! Toch wilde ik het doen en ik herinnerde Julia er aan, dat dat neerkwam op 90 Euro. Dat zou je in Nederland ook betalen voor een hotelkamer. De eigenaar liet ons de studio zien en we waren echt onder de indruk.

Vooruit dan maar, we besloten het te huren voor twee nachten. Nu waren we gelukkig niet meer dakloos! Het was bovendien niet alleen groot en van alle gemakken voorzien, we hadden ook nog uitzicht op de baai!

Related posts:
- La Meilleure Façon de Marcher
- Twitter Weekly Updates for 2011-10-16
- Elektor Internet Radio
- Kolik jazyků znáš, tolikrát jsi člověkem
- Trading Places
Homepage
Dagboek