Drinken
Ook vandaag begint het leven weer vroeg in het ziekenhuis. Even na half zes worden mijn drains en urine gecontroleerd. Ik drink te weinig: De urine is donker. Bloeddruk en temperatuur zijn goed.
Ik voel me niet lekker. Zitten lukt niet, liggen lukt niet, elke verandering van houding doet zeer. Zolang ik me niet beweeg heb ik geen pijn. Om half acht komen ze weer met vier verschillende pilletjes en een poedertje. Slikken maar…
De dokter komt kijken en hij is erg tevreden. Zelf heb ik ook gekeken en ik ben nog niet zo enthousiast. Het hele gebied tussen mijn benen is paars en gezwollen. Maar dat schijnt er zo bij te horen.
De dagen duren lang en ze zijn saai. Ik kan niks doen, ik kan het bed niet uit, ik mag niet eten. Drinken moet ik wel, maar het kost zelfs moeite om de aandacht van de verpleegkundigen te trekken om even mijn bekertje water te vullen. Ik ben echt niet te lui om het zelf te doen, maar dat kan ik nu niet! Uiteindelijk belooft de verpleegster me, dat de catering een grote kan water zal brengen. Maar als de catering eindelijk komt… Is het zonder water!
Het doet me denken aan die oude conferance van Wim Sonneveld:
– “Ober, heeft u een zachtgekookt ei?“
– “Mijn collega komt zo bij u, meneer.“
– “Ober, mag ik een glas melk?“
– “Meneer, de keuken is gesloten.“
Als variatie op die grap zeg ik: “Oh, is er geen water? Is de keuken gesloten dan?” Maar dat is tegen het zere been van de catering-dame. Ze ontsteekt in een heilige verontwaardiging.
Ze zoeken het maar uit. Ik heb intussen Julia al gebeld en haar gevraagd een paar flessen Spa Blauw voor me mee te brengen. Het spijt me dat ik het zeggen moet, maar als je al je eigen water moet importeren, dan vind ik de verzorging in dit ziekenhuis echt beneden niveau. Terwijl ze aan de andere kant rap genoeg zijn met het schrijven van gepeperde rekeningen…
This post is also available in: Engels
Homepage
Dagboek